Selecteer een pagina

Door René Stevens, Gerben van Heun en Patrick Boernama
16 december 2016

Afgelopen winter schreven we “Het onderwijs is vast goed!”*. Kort kwam dit artikel op het volgende neer:
“Als (aanstaande) ouders gaan we er vaak vanuit dat het vast wel goed zit met het onderwijs. Ongeacht het adagium van “We leiden kinderen op voor beroepen die nu nog niet bestaan”, brengt “ons” onderwijs al decennialang generaties voort die zich staande weten te houden op de (inter)nationale arbeidsmarkt. Maar is dat niet een ad antiquitatem, een drogreden waarbij er een (mogelijk) verkeerd beroep op het verleden wordt gedaan?
Het is (bijna) een publiek geheim dat de meeste basisscholen in Nederland gemiddeld 40 jaar oud zijn. Inherent aan die constatering lijkt het gerechtvaardigd om de geschiktheid van dat vastgoed ten opzichte van het onderwijs ter discussie te stellen.
Het is nu een utopie om te veronderstellen dat elke basisschool stante pede nieuwbouw krijgt. Maar de vraag is ook of dat nodig is. Centraal staat de vraag: Hoe maken we huisvesting congruent met het onderwijsconcept?

 

“‘Goed’ vastgoed is congruent met het gekozen onderwijsconcept en draagt bij aan vast ‘goed’ onderwijs.”

 

Congruentie
Eerder schreven we ook al dat huisvesting best wel eens als vliegwiel zou kunnen dienen om een veranderingsproces te initiëren c.q. op gang te brengen. Temeer omdat huisvesting zichtbaar, voelbaar en tastbaar is en daarmee strategische doelen prima kan ondersteunen en/of versterken. Kortom: als je huisvesting congruent maakt aan je primaire proces, wat gebeurt er dan met de kinderen en met leerkrachten?
Platform Onderwijs 2032
Als we de denklijn van een aantal werelden nu eens doortrekken en aan elkaar proberen te verbinden. In het bijzonder die van het Platform Onderwijs 2032 en de daarbij faciliterende huisvesting.

In het Eindadvies van het Platform Onderwijs 2032, misschien beter bekend als het rapport van Paul Schnabel, wordt een visie op toekomstgericht onderwijs geschetst:
1. De leerling ontwikkelt kennis en vaardigheden door creativiteit en nieuwsgierigheid in te zetten.
2. De leerling vormt zijn persoonlijkheid.
3. De leerling leert omgaan met vrijheid en verantwoordelijkheid en over grenzen heen te kijken.
4. De leerling leert de kansen van de digitale wereld te benutten.
5. De leerling krijgt betekenisvol onderwijs op maat.

Deze visie bouwt voort op de drie doeldomeinen van onderwijsprocessen. (Goed Onderwijs en de Cultuur van het Meten, Biesta 2012).
1. Kennisontwikkeling.
2. Socialisering.
3. Persoonsvorming of subjectivering.

Een goed evenwicht tussen de drie bovengenoemde doeldomeinen begeleidt leerlingen in hun ontwikkeling tot zelfstandige volwassenen die vaardig (kwalificatie), aardig (socialisatie) en waardig (subjectivering) zijn.

In kennisontwikkeling en de manier waarop kinderen dit ontwikkelen, zitten elementen van socialisering en persoonsvorming opgesloten. Maar soms moet het juist anders en/of versterkt c.q. meer ontwikkeld worden! Daar zijn tal van activiteiten en methoden voor en/of te bedenken. De vraag is nu, hoe goed faciliteert het gebouw deze (nieuwe) ontwikkelingen en heeft men daar wel altijd een (school)gebouw voor nodig? Als we deze vraag nu eens nader beschouwen.

Commissie Schnabel geeft in haar Eindadvies een weergave c.q. schetst een richting (missie en visie) hoe het onderwijs er in 2032 uit zou kunnen zien. Gezien de organisaties en mensen die aan het wetenschappelijk advies hebben meegewerkt, zal dat zeker een goede richting zijn. Het is in ieder geval een advies dat aanzet tot denken over uw eigen missie en visie als schoolorganisatie. Kortom, wat is uw missie en visie ten aanzien van het onderwijs in en van de toekomst?

Doorvertaling
Deze missie en visie zullen moeten worden doorvertaald in een strategie om inhoud en vorm te geven aan de realisatie hiervan. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan, maar wel noodzakelijk om richting te geven aan het te voeren beleid. Dit (operationele) beleid, dat vaak met veranderingen gepaard gaat, is zeker in het onderwijs geen sinecure! Hoe doet men dat? Aan de hand van “verandermanagement”, HRM beleid, studiedagen etc. Allemaal instrumenten met een hoog abstractieniveau Waarvan het overigens nog maar de vraag is in welke mate uw collega’s in de waan van de dag hiermee aan de slag gaan.

Soms heeft men een passend voorbeeld nodig om te zien dat wat een ander u wil doen geloven, ook voor u wel eens van grote toegevoegde waarde zou kunnen zijn. Er zijn onderwijskundigen die zeggen “wil je veranderingen in het onderwijs bewerkstelligen dan moet je het zo plat of concreet mogelijk maken.”
Dat is nu precies wat ons, specialisten in onderwijshuisvesting, al jaren bezighoudt. Wij zijn intrinsiek gemotiveert om het onderwijs te helpen met huisvesting die congruent is met het onderwijsconcept.

Wij hebben daar een aantal methoden voor ontwikkeld:

– De efficiency scan onderwijs(huisvesting);
– Geografisch visualiseren van demografische ontwikkelingen, en
– Recentelijk hebben we een huisvestingsscan ontwikkeld met een koppeling naar de genoemde aspecten in het Eindadvies 2032 van Schnabel.

Laatstgenoemde scan helpt u inzicht te krijgen in uw bestaande onderwijshuisvesting in relatie tot missie en visie (vaardig, aardig en waardig). In de psychologie noemen ze dit inzicht ook wel “wat is je zelfbeeld in relatie tot je vreemdbeeld?”
Na deze scan kan men besluiten kleinere of grotere aanpasssingen te doen aan het gebouw, die uw missie en visie ondersteunen en die een tastbare bijdrage leveren aan leerlingen en medewerkers.

Wat is het grote voordeel hiervan?
We hebben er eigenlijk al een paar genoemd, het is zichtbaar en tastbaar voor iederen. Laat dus zien dat u werk maakt van het ontwikkelproces. Door deze kleine en/of grote aanpassingen zijn er geen excuses meer om niet mee te veranderen. En de vorm volgt de inhoud, want daar gaat het uiteindelijk om!

Hoe doet men dat dan concreet?
Welk type gebouw of beter gezegd functionele ruimte(n) heeft men nodig om deze ontwikkelingen goed te kunnen faciliteren? Of zoals wij dat noemen, hoe maak je je gebouw congruent aan het onderwijs c.q. primaire proces? En wees nu eerlijk, is het traditionele lokaal daar nu de meest geëigende functionele ruimte voor?

Kennisontwikkeling, socialiseren en persoonsvorming hebben deels andere functionele ruimten nodig. Ruimten waar kinderen in wisselende samenstellingen leren en (samen)werken, zelf groepsgesprekken kunnen organiseren, zelf (gedrags)regels afspreken, zelf hun doelen stellen, hun eigen portfolio samenstellen en hun eigen mening vormen. En dat alles in een mix van samen en individueel en met verschillende leeftijden. Deze socialisering is onder andere de input voor persoonsvorming. Gezien de ontwikkelingen zijn dat belangrijke persoonlijke eigenschappen voor toekomstige wereldburgers.

“Huisvesting heeft een directe relatie met het onderwijsconcept dat in het gebouw wordt gegeven.”

Onderwijsconcepten en gebouwtypologie
Huisvesting heeft een directe relatie met het onderwijsconcept dat in het gebouw wordt gegeven. Onderwijsconcepten evolueren voortdurend, echter doordat de meeste schoolgebouwen 40 jaar en ouder zijn, kan men stellen dat het architectuuradagium “Form follows function” aan oudere schoolgebouwen geen recht (meer) doet. In plaats dat het gebouw faciliterend is voor het onderwijsconcept, is het vaak knellend en beperkend. Het vreet letterlijk en figuurlijk energie in plaats dat het mensen energieker maakt.

Wij stelden ons de vraag: Is er een directe relaties tussen clusters van onderwijsconcepten en type schoolgebouwen? Hoe dragen gebouwen bij aan de drie doeldomeinen zoals Gert Biesta die heeft geformuleerd? En hoe kan dit inzichtelijk en meetbaar worden gemaakt?
Als men de gangbare onderwijsconcepten plot op de assen Individu-Groep (leerlingbehoefte) en Leidend-Begeleidend (leerkrachtaanbod) ontstaat er een interessant doorzicht.
Welke onderwijsconcepten liggen dicht tegen elkaar aan? Zouden deze clusters van onderwijsconcepten gelijke eisen stellen aan hun huisvesting? We bouwden voort op de inzichten uit het nationale ‘Officestyle onderzoek’ dat Atelier V met een consortium van partijen in 2004 initieerde en het project ‘Schetsen aan nieuwe scholen’, dat de gemeente Amsterdam in 2012 samen met De Wijkplaats uitvoerde.

Beide onderzoeken nemen de bedrijfsstijl en leefstijl als uitgangspunt en kijken naar de consequenties voor een passende huisvesting. De verschillende onderwijsconcepten hebben we vervolgens ook op het assenkruis van psycholoog Carl Jung, Individu versus Groep en Introvert/Leidend versus Extravert/Begeleidend geplot (zie fig. Onderwijsconceptenkwadrant).

Conclusies
Wat is de ideale huisvestingssituatie voor een gegeven onderwijsconcept waarbij “Forms follows function”?
De Wijkplaats komt tot vier nieuwe onderwijsconcepten voor de school van de toekomst, naar vier leefstijlen. Wij pleiten voor een directe koppeling met het actuele onderwijsconcept, dat in principe al een strategische keuze naar de toekomst in zich zou moeten hebben. Door de huisvestingsingrepen te benoemen die een bijdrage leveren aan het onderwijsconcept en deze SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) te maken, is het mogelijk om de feitelijke prestaties van de bestaande schoolgebouwen te vergelijken met de gewenste prestaties en zo de huisvesting meer congruent te maken met het primaire proces. Huisvesting als vliegwiel draagt zo haar ‘steentje’ bij aan onderwijs (in) 2032.

‘Goed’ vastgoed is congruent met het gekozen onderwijsconcept en draagt bij aan vast ‘goed’ onderwijs.

 

* Link naar artikel Het onderwijs is vast goed!

Link naar artikel op SlideShare